Groeten uit Portugal

Groeten uit Portugal

24/04/17

De vroege opkomst van de morele verbeelding

Gabriël van den Brink

Is de morele gevoeligheid product van het opkomende protestantisme in de vroegmoderne tijd? Gereformeerden geloven dat graag, maar een blik op de geschiedenis van onze Europese zuiderburen zet aan het denken.

Zowel de filosoof Hegel als de socioloog Weber waren sterk geneigd om het toegenomen morele besef in de vroegmoderne tijd als de vrucht van het Protestantisme te zien. De religieuze vernieuwing door Luther, Calvijn en andere hervormers zou de grondslag hebben gevormd voor zaken die kenmerkend zijn voor de moderne moraliteit, zoals de waarde van het individuele geweten, het cultiveren van innerlijkheid, een voorkeur voor sobere ernst en vooral het primaat van de taal of de tekst als het register waarin zich de morele verbeelding ontplooit. Deze zienswijze klinkt ook door in de gesprekken die we het afgelopen jaar binnen het centrum Ethos aan de Vrije Universiteit hebben gehad. Een recent bezoek aan Portugal inspireert mij echter om die zienswijze van een complement te voorzien. Ik formuleer daartoe een aantal indrukken die ik opdeed tijdens ons bezoek aan het Museu da Misericórdia do Porto, een befaamde kerk uit de 15e eeuw die zich in het centrum van de havenstad Porto bevindt en een grote verzameling religieuze kunst telt.

Wie een bezoek aan het Museu da Misericórdia brengt, maakt kennis met een geschiedenis van 500 jaar die ons laat zien hoe het christelijk streven naar barmhartigheid in een stedelijk samenleving gepraktiseerd werd. Het normatieve uitgangspunt waren de werken van barmhartigheid zoals de kerk die van oudsher omschreef. Zij maakte een onderscheid tussen zeven lichamelijke en zeven geestelijke werken. Bij de eerste groep stonden materiële en bij de tweede geestelijke behoeften voorop. Voorbeelden waren het voeden van de hongerigen, het kleden van de naakten en het bieden van onderdak aan zwervende medemensen. Voorbeelden van geestelijke hulp waren het troosten van de bedroefden, het onderwijzen van de onwetenden en het vergeven van hen die een fout hebben gemaakt. Het beoefenen van deze deugden had in de christelijke traditie een dubbel doel. Enerzijds kon de gelovige op die manier zijn of haar eigen zielenheil veilig stellen, anderzijds kon men op die manier laten zien dat men het gebod tot naastenliefde serieus nam. Hoewel deze dubbele motivatie bij de Misericórdia do Porto tot in het recente verleden is blijven bestaan, traden er bij de vormgeving van deze taken uiteraard grote veranderingen op. Dat werd onder meer duidelijk door de organisatorische uitbouw ervan. Terwijl het begin zestiende eeuw nog om een enkele instituut ging, nam de specialisatie gaandeweg toe met als gevolg dat er vandaag de dag diverse instellingen zijn die zich toeleggen op specifieke zorgtaken zoals het onderwijs aan doven, medische verzorging van zieken, onderkomens voor dak- en thuislozen of instellingen waar men op basis van de moderne psychiatrie hulp biedt aan medemensen.