Venus voor het volk

Venus voor het volk

24/04/17

Waarom lang vergeten 19e-eeuwse schilders weer bij de hedendaagse cultuur passen

Merlijn Schoonenboom

Negentiende-eeuwse schilders als Lourens Alma-Tadema en Jean Léon Gérôme werden lang als kitsch verguisd, maar de laatste jaren krijgen ze weer grote retrospectieven. Daarbij is het geen probleem meer dat hun werk een belangrijke inspiratiebron is geweest voor Hollywood-films; critici en musea benadrukken het juist. Waarom?

Kitsch wordt kunst

Twee volle minuten aandacht op het NOS-acht-uur-journaal, vier sterren in het NRC Handelsblad en een reeks jubelende recensies in buitenlandse media; een paar jaar geleden zou slechts één laat-negentiende-eeuwse Nederlandse schilder voor een dergelijk kunstjournalistiek eerbetoon in aanmerking zijn gekomen, en dat was Vincent van Gogh, een van de ‘aartsvaders van het modernisme’.

En nu? In oktober 2016 overkomt het Lourens Alma-Tadema, Fries van oorsprong, Engelsman van keuze, qua stijl en reputatie compleet anders dan Vincent van Gogh, bij zijn overzichtsexpositie in het Fries Museum in Leeuwarden. Alma-Tadema was geen miskend genie op een zolderkamer en al helemaal geen vernieuwer. Deze schilder specialiseerde zich heel conservatief in figuratieve taferelen van vooral het dagelijks leven uit de Klassieke Oudheid, en hij werd met deze kunst zo rijk dat hij zijn woonhuis als een Romeins paleis had vormgegeven.

 

Academische schilderkunst

Je zou Alma-Tadema zelfs als het tegendeel kunnen zien van dat wat het grootste deel van de twintigste eeuw als het meest nastrevenswaardige type kunstenaar gold. Bij hem niets rebels, niets modernistisch, maar kunst die keurig wilde aansluiten bij de klassieke traditie. Hij behoorde tot de zogeheten ‘academische schilderkunst’ – een kunstvorm die op de nationale kunstacademies werd geleerd, zoals de Académie des Beaux-Arts in Parijs of de Royal Academy in Londen.

Kitsch, zo werd zijn werk tot diep in de jaren tachtig van de twintigste eeuw genoemd. Zie in Leeuwarden het schilderij The Finding of Moses (1904), en die kwalificatie is ook wel enigszins te begrijpen. Het is een grote zoete wolk van kleuren en lijven, met op de voorgrond de dochter van de Egyptische farao op een draagstoel die liefdevol in een mandje kijkt waarin het gevonden jochie Mozes ligt, gedragen door twee lieftallige slavinnen.