parallax background

TWEE GROEPSTENTOONSTELLINGEN

20/10/11
<
 

Sigrid Burg

Deze twee exposities zijn beide gesitueerd in een bijzondere ruimte. Het werk van de kunstenaars bevindt zich niet binnen de muren van een museum, zoals we in veel gevallen gewend zijn: met museumkassa, museumrichtlijnen - welke volgorde moet ik aanhouden, meneer? - en museumteksten die je (hopelijk?) in de richting duwen van de wens van de curator. De sturende factor van deze museale infrastructuur ontbreekt in zijn geheel in zowel de Onderzeebootloods als De Vleeshal. De bezoeker loopt als het ware argeloos rond, in een ruimte die op zichzelf al fascinerend is. De kunst staat bijna in dienst van het gebouw. Niet andersom. En de bezoeker wordt in wezen zelf onderdeel van de expositie. De interactie tussen kunstenaar, kunstwerk en toeschouwer is onherroepelijk onderdeel van de interpretatie van het werk.

In het geval van The One & The Many krijgt de bezoeker zelfs een heel prominente rol toebedeeld. In de loods is een eigen wereld gecreëerd, met een flatgebouw vol geluiden, een kapotte auto waaraan gesleuteld wordt en vieze wc's als homo-afwerkplek. En niet te vergeten, met bezoekers. Bezoekers lopen rond in een magische en vieze wereld, die we herkennen, afwijzen en waar we tegelijkertijd als voyeur rondneuzen. We willen alles meemaken, niets missen. Zoals in het 'echte' leven. Want wat is nog echt?

Die vraag lijken enkele bezoekers indirect aan mij te stellen, doordat ze acteurs zijn. Acteurs die zich enkel (proberen) voor (te) doen als bezoekers. Een vrouw met een (lege) kinderwagen. Een Marokkaanse jongen die high is. Een verveelde oudere man die mensen uitnodigt voor een ritje in een minireuzenrad. Althans, dat is de bedoeling. Maar we zijn aan het einde van de tentoonstelling die 3 maanden heeft geduurd. Dus we hebben te maken met museale vermoeidheid bij betaalde B-acteurs. En afgekeurde werklozen. Zo blijkt. Ik tref de gefrustreerde reuzenradbediende in een klagende gemoedstoestand. Ook al zou het goed in zijn rol passen, deze gefrustreerde toon is echt. De man klaagt zonder gene over zijn Arbo-rechten. Of: "Vanaf nu ga ik iedereen adviseren op de PVV te stemmen". "Kunst stelt niks voor. Het buit afgekeurde mensen af met een loon lager dat het minimumloon". "En je ziet uren geen daglicht". Ook Mo, de Marokkaan, moet nog op gang komen. Voor hij het weet, ben ik de acteur. Ik film hem in zijn rol en ik zie de verwarring in zijn ogen. Wie speelt met wie? Wat is echt?

In De Vleeshal is een groep Finse audiokunstenaars bezig met een performance. Aan een grote ballon zijn vier fluiten gekoppeld via wat buisjes. De lucht die uit de bal ontsnapt maakt dat de vier Finnen op de blokfluit kunnen spelen zonder zelf te hoeven blazen. Het vormt een enorm contrast met wat ik nog geen 5 minuten eerder te horen kreeg van een andere audiokunstenaar, die met een zwart KKK-achtig kostuum onmogelijk geluiden liet horen. Mijn oren piepen nog. En dat is bijna 2 weken later. Het contrast van de fluitisten heeft daarom iets ontroerends, lieflijks. Het enige dat je hoort is een piuuu of poe.

Weer film ik de toeschouwers. Het zijn allemaal kunstenaars. Afwachtend, goedkeurend, in de 'wij begrijpen elkaar' houding, knikken ze mee met een ritme dat er niet is. Dan verschijnen de zogenaamde Henk en Ingrid in de ingang van De Vleeshal. Het is markt en ze zijn benieuwd wat er zich achter de glazen deur bevindt. Ze kijken met een schuin oog naar de drank die klaar staat als straks de performance voorbij is. Henk schuifelt achter zijn vrouw aan naar binnen. Met hun markttasjes kijken ze glazig voor zich uit. En om zich heen. Met een blik van ongeloof staan ze genageld aan de grond. Ik hoor het ze denken: "Worden we nu voor de gek gehouden? Vinden mensen dit serieus mooi?". Henk wil naar huis. Maar Ingrid heeft ontdekt dat de maffe fluitisten geheel gefocust naar een beeldscherm kijken, terwijl ze af en toe een geluid produceren. Ze buigt naar voren om het beeldscherm te kunnen zien. Een grote glimlach verschijnt op haar gezicht. Ze is ineens werkelijk onderdeel geworden. Ze heeft de aandacht. En ik voel de spanning in de zaal van de gedoodverfde kunstenaars. "Zij weet iets, wat wij niet weten. Zij ziet iets, wat wij niet zien". Plotseling is het medelijden voor de verbeeldingloze Ingrid veranderd in een zekere vorm van jaloezie. Je kunt het bijna ruiken.

Is mijn beleving ook de beleving die de makers met hun werk/expositie beogen? Ik betwijfel het. Maar maakt het uit? Voor mij is het de contextafhankelijkheid, met deze interactie, een manier van het beleven van kunst die mij intrigeert. Het is de willekeurigheid van de individuele interpretatie. Ik geniet ervan niet alleen toeschouwer te zijn, maar ook deelnemer. Het isoleren van kunst in een steriele ruimte maakt die positie vaak ongedaan. Het is eenrichtingsverkeer. En het dwingt ons vaak tot een houding waarin we iets van het werk moeten vinden. Voor we het weten gaan we op zoek naar betekenissen. Terwijl het ervaren van een werk – zowel mentaal als fysiek – mijns inziens veel interessanter is.

Wij worden in deze wereld gemaakt tot geniale performers, zonder dat we het in de gaten hebben. Het is een geniale paradox. En die paradox leeft dankzij deze vorm van kunst.

Schreeuwnotitie: Als de politiek besluit de confrontatie hiermee – met onszelf, elkaar, de ander, met jou, mij - van ons af te nemen door het kleineren en controleren van kunst, dan verworden we tot enerzijds een groep navelstarende kunstenaars en anderzijds tot een groep Henk en Ingrid's die vergeten zijn nieuwsgierig te zijn. Naar het onbekende. Of misschien wel het bekende.

#1 wat is de taak van moderne kunst? wat heeft het met maatschappelijke verbeelding te maken? —Heidi 2 december 2012