Terug naar de Groote Oorlog

Terug naar de Groote Oorlog

24/04/17

Boekbespreking

Tonie van Marle

In de essaybundel Great War Modernism, Artistic Response in the Context of War, 1914-1918, wordt het werk van een aantal schrijvers en één 'war artist' behandeld in de context van het Modernisme, een avant-gardistische stroming die grofweg het tijdperk van 1890 tot 1945 bestrijkt.

Recentelijk wordt binnen de Modernist Studies Association de Eerste Wereldoorlog nauwelijks nog als referentiepunt gebruikt. De huidige (literaire) critici kennen aan het Modernisme niet langer de eenduidige definitie toe, zoals geformuleerd door Wyndham Lewis as ‘the Men of 1914’, met zijn puur masculiene bias, of Ezra Pounds ‘Make it New’. In Great War Modernism ligt de nadruk vooral op de breuk die de Groote Oorlog heeft veroorzaakt in de sociale verhoudingen en de literaire en kunstzinnige uitingen van een nieuwe tijd. Zo keren de auteurs opnieuw terug naar een aantal canonieke werken die in verschillende opzichten direct door deze oorlog beïnvloed zijn en die mede het Modernisme hebben gedefinieerd. Deze definitie omvat een aantal constanten zoals fragmentatie, transnationaliteit, anti-realisme, experimenteel, revolutionair, abstract en ‘Imagistic’.

De bundel is opgedeeld in drie secties, waarbij soms de reden van het categoriseren van auteurs onder een specifiek thema niet even overtuigend is. Zo omvat sectie I, ‘Noncombatant Responses – Nostalgia, Legacies, and Recuperations’, naast war artist Paul Nash, de schrijvers Marinetti, de ‘Southern Agrarians’, Ford Madox Ford en Henry Green. Van hen is alleen de laatste, geboren in 1905, een werkelijke ‘niet-strijder’. In zijn autobiografie Pack My Back, uit 1940, maakt hij het de verantwoordelijkheid van de niet-strijder om de herinnering aan de oorlog hoog te houden door middel van een eigen soort getuigenverslag. Dit moet dienen om een aanvulling te zijn op het dominante nationale verhaal dat geen ruimte biedt aan andere verhalen, de verhalen –nostalgisch of niet – van de oud-strijders.

Sectie II, ‘High Modernists and the Shock of War’, behandelt het werk van Virginia Woolf, Hilda Doolittle, D.H. Lawrence en Ernest Hemingway. Lawrence zou echter evenzeer als ‘niet-strijder’ aangemerkt kunnen worden, samen met Virginia Woolf en Hilda Doolittle. ‘High Modernism’ geldt als een intellectuele literaire ‘high-brow’ stroming die zich duidelijk distantieert van de 'lage massacultuur'. Het is vreemd dat juist Hemingway, wiens werk zich niet laat lezen als ‘elite literatuur’ in deze sectie is opgenomen, terwijl de complex geachte dichters Isaac Rosenberg en David Jones zijn opgenomen in sectie III, ‘Soldiers and Soldiering’, samen met John Dos Passos en een anonieme Duitse deserteur.